|
HEUPDYSPLASIE: Inleiding:Heupdysplasie is
één van de meest voorkomende onderwerpen als men spreekt over
erfelijke aandoeningen. Er zijn veel meningen maar ook veel
misvattingen over HD, hetgeen de behandeling van het onderwerp er
niet gemakkelijker op maakt. Deze misvattingen zijn
hoogstwaarschijnlijk te wijten aan het feit dat heupdysplasie een
erfelijke aandoening is, maar dat naast de erfelijke aanleg die een
hond kan hebben voor HD er ook een grote omgevingsinvloed is op het
zich ontwikkelen van de afwijking en op de mate waarin het dier
eraan lijdt. |
|
Een
pup wordt met normale (nog niet ontwikkelde) heupen geboren en
de aandoening ontwikkelt zich tijdens de groei. De klachten:
Niet alle honden met HD zullen klachten
ontwikkelen of verschijnselen vertonen. Of en hoeveel klachten
er zullen ontstaan is van verschillende factoren afhankelijk.
Allereerst is daar de ernst van de gewrichtsverandering
(vervorming); ook de leeftijd van de hond kan meespelen of de
mate van beweging en bespiering. Ook de individuele
pijngevoeligheid is bij iedere hond anders. Er bestaan
verschillende gradaties in de pijn en evenzoveel gradaties in de
last die de hond daarvan ondervindt. Bij ernstige afwijkingen
kunnen zeer jonge honden tussen de vier en zeven maanden al te
maken krijgen met pijnlijke misvormingen, mede bepaald door
omgevingsinvloeden. De pijn wordt veroorzaakt door minuscule
breukjes in het heupgewricht en scheurtjes in het
gewrichtskapsel. Door de ontstekingen die optreden wordt het
kapsel geleidelijk aan dikker en de speling wordt daardoor
minder. Vanwege de pijn zullen de meeste honden meer rust nemen
zodat de schade aan de heupen zich tijdelijk kan herstellen.
Misvorming en overmatige slijtage (arthrose) kunnen echter nooit
meer ongedaan gemaakt worden en het verdwijnen van de klachten
is over het algemeen van tijdelijke aard. De meeste honden die
op jonge leeftijd klachten (gehad) hebben krijgen na verloop van
tijd weer klachten. |
|
|
|
Omgevingsinvloeden:
Dat
heupdysplasie een erfelijke aandoening is, weet inmiddels
iedereen. Daar bestaat geen twijfel over. 1: Voeding: verkeerde voeding, dat wil zeggen het percentage calcium/energie per gram voer, te dikke honden.
2: Beweging: gladde vloeren, ruw
spel of te veel spelen met andere honden, het gooien met ballen
of stokken waardoor de jonge hond Een
pup moet dus een erfelijke aanleg hebben om HD te kunnen
ontwikkelen, maar de omgevingsinvloeden zijn van groot belang
voor de mate waarin de jonge hond HD zal ontwikkelen. Onder
correcte beweging verstaan we zoveel mogelijk rechtlijnige
bewegingen. |
|
Het röntgenologisch onderzoek:
Om heupdysplasie en de ernst daarvan te kunnen vaststellen is
een röntgenologisch onderzoek door een dierenarts noodzakelijk.
Tevens kan er een indruk worden
gekregen van de aansluiting cq speling van de heupgewrichten.
Dit gebeurt door middel van meten en het
daarna berekenen van de Norbergwaarde. Om de Norbergwaarde te
kunnen berekenen, wordt van de beide heupkoppen het middelpunt
bepaald. Deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In
beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs
de voorste
rand van de heupkom getrokken. De hoek die beide lijnen in het
middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90º, geeft de
Norbergwaarde van het desbetreffende heupgewricht. De
Norbergwaarde van beide gewrichten bij elkaar opgeteld geeft de
‘som Norbergwaarden’, die op het rapport van de hond wordt
vermeld. De Pennhip methode:
HD
ontstaat doordat er een speling in een gewricht zit. Deze
speling wordt veroorzaakt door losheid van spieren en banden of
door de gewrichtssamenstelling en dit leidt tot arthrose (het
beschadigen of afbrokkelen van het botweefsel). Arthrose is één
van de belangrijkste
gevolgen van heupdysplasie en is met de huidige methode van
röntgenen het best vast te stellen op een leeftijd van ongeveer
twee jaar. |

|
Elleboogdysplasie: Inleiding: Het
verhaal elleboogdysplasie sluit aardig aan bij de bevindingen rondom
heupdysplasie, in die zin dat er ook een erfelijke factor is, hoogst
waarschijnlijk polygenetisch.
De verschillende vormen van ED zijn enigszins rasgebonden; dat
wil zeggen dat een bepaalde vorm van ED meer voorkomt bij een
bepaald ras. Bij LPA ontstaat er een groot, niet vastgegroeid of
verkeerd vastgegroeid botstuk aan de bovenzijde van het
gewricht. Dit veroorzaakt instabiliteit waardoor de interactie
tussen de humerus (opperarmbeen) en de elleboog verkeerd gaat.
Met name de Witte Herder en zijn gekleurde broeder de Duitse
Herder zijn gevoelig voor deze vorm van ED. Bij Rottweilers en
Berner Sennenhonden ziet men vaker LPC, een klein stukje bot dat
los zit aan de binnenzijde van het gewricht. Bij een aantal
andere rassen waaronder de Labrador Retriever en de Golden
Retriever, komen we vaak een mengbeeld van LPC en het loslaten
van een stukje kraakbeen aan de binnenzijde van het
gewrichtsvlak van de opperarm (medial condyle) tegen; dit noemen
we OCD.
Honden met ED kunnen op jonge leeftijd kreupelheid vertonen; dit hoeft echter niet. Vooral als het om LPA, of een beiderzijds probleem gaat is er vaak geen sprake van kreupelheid. Soms wordt deze vorm van ED pas zichtbaar op een leeftijd van vijf tot zeven jaar, soms nooit. Deze kreupelheid kan tijdelijk of met tussenpozen zijn. Springen en snelle wendingen kunnen de kreupelheid tevoorschijn brengen en/of verergeren. Meestal is er ook een bewegingsbeperking en een lichte zwelling in de elleboog aanwezig. Die zwelling kan worden waargenomen door de elleboog aansluiting te betasten. Om ED en de vorm daarvan vast te stellen, is röntgenologisch onderzoek nodig. Op de foto’s zijn de vormen LPA en OCD het best waarneembaar. LPC is moeilijker te detecteren, omdat het botfragmentje zo klein is dat het wegvalt in de omliggende botstructuren van het ellebooggewricht. Behandeling:
Zoals altijd geldt
dat voorkomen beter is dan genezen. Voorkom een te grote
voedselopname bij de jonge hond. Vermijd toevoegingen in de vorm
van supplementen, kalk, mineralen, vitaminen. Bij geconstateerde
ED is het soms noodzakelijk om operatief in te grijpen om de
losse botdeeltjes te verwijderen. De medische behandeling houdt
in: - het verminderen van te veel inspanningen en het voorkomen van oefeningen waarbij de hond veelvuldig op de voorhand belandt. Zwemmen is een goed alternatief om de hond onbelaste beweging te geven. - het verminderen van overgewicht - vermageren – indien nodig. Het aan de schrale kant houden van de hond. - het voorkomen van te snelle groei door een aangepast dieet, vooral voedingssupplementen zijn uit den boze. - soms is het gebruik van pijnstillers nodig. Honden zonder symptomen hebben geen behandeling nodig. Ook in Nederland hebben zich intussen enkele ernstige gevallen van ED voorgedaan binnen het Witte Herderras. De vraag rijst of het verstandig zou zijn alle toekomstige fokdieren te onderzoeken op ED. Dierenartsen, bekend met de Witte Herder en deze problematiek dringen aan op een systematisch onderzoek. Het is moeilijk te bepalen, gezien de smalle fokbasis bij de Witte Herder, in hoeverre aanverwanten van de lijders uitgesloten zouden moeten worden van de fokkerij. Daarvoor zijn er ook nog teveel onduidelijkheden in de wetenschappelijke onderzoeken. Door de honden te screenen, vanwege de erfelijke achtergrond van ED, alvorens voor de fokkerij te gebruiken, kunnen we in ieder geval de lijders herkennen en uitsluiten van de fokkerij. Zo verminderen de kansen om deze aandoening te verbreiden.
|