
Voeding:
|
|
Voeding en gezondheid:
Niets is moeilijker dan
schrijven over voeding. |
|
Er zijn verschillende soorten
fabrieksvoeders. In het kort zijn deze onder te verdelen in
blikvoer, diepgevroren versvoer, diners en brokken. Als laatste belangrijke regel kunnen we stellen dat de prijs geen doorslaggevend gegeven moet zijn. Vaak is het zo dat de duurdere merken uiteindelijk niet eens zoveel duurder blijken te zijn in het gebruik. De hond heeft er minder van nodig en heeft minder ontlasting, omdat hij minder nutteloze stoffen kwijt moet. Daarnaast is het nog altijd beter om iets meer geld uit te geven aan voer dan een hond te hebben die continue aan de diaree is of last krijgt van huidkwalen en van, niet te vergeten, groeistuipen. Allemaal zaken die dierenartsenbezoek noodzakelijk maakt en waarbij u dus veel meer geld kwijt bent. Om maar niet te spreken over de frustratie bij het hebben van een niet goed functionerende hond. Als laatste opmerking: geef uw hond een voer dat hij met smaak eet; niets is zo erg voor baas en hond dan een hond die met lange tanden dat speciale merk eet omdat u daarbij zweert. |
|
Enostosis/panosteďtis en voeding:
Enostosis/panosteďtis
is de Latijnse naam voor groeipijnen. De Akita & Great Japanese
Dog kunnen hiervoor gevoelig zijn, net zoals een aantal andere
rassen. Voornamelijk grotere rassen hebben een pre-dispositie
voor het ontwikkelen van groeipijnen. De naam groeipijnen zegt
al dat het hier om jonge honden in de groei gaat, tussen de vijf
en twaalf maanden. Over het algemeen zijn het de reuen die er
last van krijgen, hoewel dat niet altijd het geval is. Vaak is
men geneigd te roepen dat de jonge hond groeipijnen heeft zodra
hij wat mank gaat lopen. Een diagnose stellen zonder verder te
kijken gebeurt vaak door trainers, fokkers en andere zogenaamde
deskundigen. Er valt geen diagnose te stellen van enostosis
zonder onderzoek en het blijft een heikel punt om klakkeloos aan
te nemen dat het om groeipijnen gaat. Onderzoek is dus altijd
noodzakelijk.
|
|
De behandeling: |
Als eerste moet de hond op dieet en zijn voedingsgewoonten drastisch worden bijgesteld. Te hoge concentraties calcium moeten vermeden worden. Als de jonge hond ook nog eens aan de stevige kant is, valt het aan te bevelen de hond op Large Breed voer te zetten en te laten rantsoeneren. Naast de reguliere behandeling met pijnstillers – die zeker nodig zijn in het begin – is er ook een mogelijkheid om de ziekte met homeopathische middelen onder controle te krijgen. Let er wel op dat homeopathische middelen altijd voorgeschreven moeten worden door een dierenarts die hierin thuis is. Het voordeel hiervan is dat de hond niet wordt volgestopt met chemische medicijnen. Ook wordt op deze manier de klacht aangepakt en is het geen symptoombestrijding zoals pijnstillers dat wel zijn. Bij een homeopathische behandeling treedt er weinig tot geen terugval op en zal de ziekte vrij snel kunnen worden bestreden. Bij een behandeling die slechts uit pijnstillers bestaat, kan de hond regelmatig een terugval krijgen, zelfs tot op een leeftijd van 2,5 jaar. Het fabeltje dat het vanzelf over gaat mag men snel vergeten. Op een gegeven moment zal de hond inderdaad niet meer mank lopen, maar dan ben je wel twee jaar verder en zal de schade - geestelijk en lichamelijk – die de hond daardoor heeft opgelopen zijn sporen hebben nagelaten.
|
Voeding en overwicht: |
Voeding is een
belangrijk onderdeel van milieuomstandigheden. Zoals altijd
geldt ook voor de hond dat overgewicht ronduit slecht is.
Het is verstandig de jonge hond schraal op te voeden, maar
natuurlijk niet zo schraal dat hij daardoor niet meer de
voldoende voedingsstoffen binnen krijgt. Om te weten of de hond
al dan niet te dik is moeten we voelen. De ribben moeten vlak
onder de huid liggen zonder vetlaagje erover heen. Als de hond
in gebogen houding staat, moeten van opzij gezien de ribben te
zien zijn. De wervelkolom en het heupbot mogen niet zichtbaar
zijn (uitsteken); als dat het geval is, is de hond te mager. Op
de verpakkingen van de diverse hondenvoeders staat altijd de
hoeveelheid voeding per hond/ras aangegeven. Iedere hond is
verschillend; de één heeft snel een neiging tot dik worden en de
ander is niet vet te krijgen. Ook is er veel verschil van
beweging tussen de ene hond en de andere. Om deze redenen is het
niet verstandig de voedingsvoorschriften van een verpakking
klakkeloos op te volgen. De beste manier van voeren is toch op
het oog. Kijk goed naar de hond en voer hem naarmate hij te dik
of te dun is.
Ook voor oudere honden blijft overgewicht een slechte zaak.
Rugkwalen, botproblemen en zelfs kortademigheid en/of
hartproblemen zijn daar vaak het gevolg van. Het is noodzakelijk
de voeding van de oudere hond bij te stellen. Vaak krijgt de
hond minder beweging en heeft dus minder voeding nodig.
Seniorenvoer is een uitstekende oplossing om de hond een volle
maag te geven; het is minder energierijk, waardoor de hond een
goed gewicht blijft houden.
Ook de gecastreerde reu of gesteriliseerde teef kan overgewicht
ontwikkelen. Dit heeft enerzijds te maken met de hormonale
verandering die de hond ondergaat, maar dat is niet
noodzakelijkerwijs de oorzaak. Ook een sterk veranderde
stofwisseling kan de boosdoener zijn. Soms ligt het aan de
mindere beweging die de hond krijgt. Vooral als het een wat
oudere hond betreft, die stil komt te liggen van training of een
fokhond met pensioen. Ook hier is het belangrijk de voeding bij
te stellen en eventueel over te schakelen naar een minder
energierijk voer. Wilt u een gezonde hond tot op hoge leeftijd,
dan is het aan te raden de hond slank en bespierd te houden.
Veel kwalen en zelfs ziekten kunnen worden voorkomen door een
gezonde voeding en voldoende correcte beweging.
